• Oordeel

    Er woonde eens een oude man in een klein dorp. Hij was straatarm, maar zelfs koningen waren jaloers op hem omdat hij een prachtige schimmel bezat… Koningen boden gigantische bedragen voor het paard, maar de oude man zei: “Dit is niet zomaar een paard voor mij, het is een persoon en hoe kan ik een persoon, een vriend verkopen?” De man was arm, maar hij verkocht het paard niet.

    OordeelOp een ochtend ontdekte hij dat het paard niet op stal stond. Het hele dorp dromde samen en de mensen zeiden: “Jij, dwaze oude man! We wisten wel dat het paard een keer gestolen zou worden. Je had het beter kunnen verkopen. Wat een ramp!”

    De oude man zei: “Met die uitspraak gaan jullie te ver. Zeg liever dat het paard niet op stal staat. Dat is een feit; al het andere zijn oordelen. Ik weet niet of het een ramp is of een zegen, want dit is maar een stukje van de werkelijkheid. Wie weet wat eruit voortvloeit?”

    De mensen lachten de oude man uit. Ze hadden altijd wel geweten dat hij een beetje gek was. Maar na twee weken keerde het paard op een nacht plotseling terug. Het was niet gestolen, het was ontsnapt en de wildernis ingetrokken. Niet alleen was het terug, het had ook nog een twaalftal wilde paarden meegebracht.

    Weer dromden de mensen samen en zeiden: “Oudje, je had gelijk. Het was geen ramp, het blijkt toch een zegen te zijn.”

    De oude man zei: “Jullie gaan alweer te ver. Zeg alleen maar dat het paard terug is… Wie weet of het een zegen is of niet? Het is maar een stukje van de werkelijkheid. Als je maar één woord in een zin leest, hoe kun je dan daarop het hele boek beoordelen?”

    Ditmaal hadden de mensen daar niet van terug, maar in hun hart wisten ze heel goed dat hij het mis had. Er waren toch maar twaalf prachtige paarden aan komen lopen.

    De oude man had maar één zoon; die begon de wilde paarden af te richten. Een week later viel hij van een paard en brak beide benen. De mensen kwamen weer bijeen en hadden hun oordeel al klaar. Ze zeiden: “Je hebt al weer gelijk gehad! Het was toch een ramp. Je enige zoon kan zijn benen niet mer gebruiken en hij was je steun en toeverlaat voor je oue dag. Nu ben je armer dan ooit.”

    De oude man zei: “Jullie zitten zo vastgebakken aan je oordelen. Trek niet zoveel conclusies. Zeg alleen dat mijn zoon zijn benen gebroken heeft. Niemand weet of dat een ramp is of een zegen. Het leven komt in brokstukken, meer wordt je nooit gegeven.”

    Enkele weken later was het land in oorlog. Alle jonge mannen van de stad moesten verplicht in dienst. Alleen de zoon van de oude man bleef achter, omdat hij invalide was. In de hele stad huilden en jammerden de mensen, want het was een verloren strijd en ze wisten dat de meeste jongemannen niet levend zouden terugkeren. Ze kwamen bij de oude man en zeiden: “Je had gelijk, oudje! Het blijkt toch een zegen te zijn. Je zoon is dan wel invalide, hij is tenminste nog bij je. Onze zoons zijn voorgoed weg.”

    De oude man zei opnieuw: “Jullie houden niet op met oordelen. Niemand weet hoe het zit! Zeg alleen dat jullie zoons in dienst moesten en mijn zoon niet. Alleen God, het grote geheel, weet of het een zegen is of een ramp.”

    Als je oordeelt, word je nooit één met het geheel. Dan ben je altijd totaal in beslag genomen door de brokstukken, je trekt conclusies uit kleine voorvallen. Zodra je oordeelt, zet je je groei stil. Een oordeel getuigt van een afgestompte geest. Je denken wil steeds een oordeel uitspreken, want in beweging blijven is riskant, ongemakkelijk.

    Eigenlijk komt er nooit een eind aan de reis. Het ene pad houdt op, het andere begint; de ene deur gaat dicht, de andere gaat open. Je bereikt een piek, maar er is altijd een piek die nog hoger is. Alleen zij kunnen met het grote geheel meegaan, die zo moedig zijn dat ze zich niet bekommeren om het doel, maar tevreden zijn met de reis zelf, tevreden met dit moment te leven en erin te groeien.

    Bron: Osho Neo-Tarot

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *