Weekmakers en hartverzachters

Hoe lang heeft dit gevecht al geduurd? Geen flauw idee. Ik weet alleen dat ik uitgeput ben en eigenlijk verloren heb. Maar ik geef me niet gewonnen! Zo lang ik me niet overgeef, kunnen mijn kansen nog keren. Wie weet of ik ergens nieuwe krachten vind waardoor ik alsnog kan winnen? Overgave betekent toegeven dat ik het niet kan winnen en dan is alles verloren. Zo houd ik het gevecht gaande, met de moed der wanhoop. Waar het over ging, ben ik allang vergeten. Nu gaat het alleen nog over sterk zijn en volhouden. Ik ben een doorzetter, ik kom er wel, dat moet!

Ik moet en ik zal en ik zal en ik moet. Ik moet en ik zal en ik zal en ik moet. Zeven jaar ben ik en ik probeer mijn prestaties op de gymnastiekvereniging op te vijzelen met een moedige affirmatie. De moed der wanhoop ligt eraan ten grondslag. We hebben een uitvoering waarop we in een sierlijke rij één voor één over het paard moeten springen. In de lessen is het me nog niet één keer gelukt. Maar vanavond zál het goed gaan. Ik moet en ik zal en ik zal en ik moet. Ik moet en ik zal… en ik val op mijn gezicht. Eind van de wereld. Bloedneus. Tand door de lip. Tranen verbijten. En weer door, terug in de rij. Niet toegeven dat ik het niet kan, dat ik een verliezer ben. “Goed zo, ik zie dat jij een doorzetter bent! Jij komt er wel.”

Ja, ik ben een doorzetter en ik ben onderweg naar succes, erkenning en rijkdom. Daar vecht ik voor en ik heb me er als een pitbull in vastgebeten. Als ik maar volhoud kom ik er wel en dat zal mijn overwinning zijn. Dan ben ik geslaagd, dan doe ik ertoe en ben ik te respecteren. Overgave is geen optie, daarmee kom ik er niet.

“Hoe lang duurt dit gevecht nu al?”, vraagt de stem opnieuw en ik weet het niet. “Ben je er al dichterbij?” Ik wil het niet horen. “Wat mogen erkenning en rijkdom kosten? Hoeveel heb je ervoor over? Wil je er alles voor opgeven?”

Steeds vaker hoor ik deze stem en steeds minder kan ik me ervoor afsluiten. Aanvankelijk wakkerde hij mijn vechtlust juist aan, wat dacht hij wel, dat ik mij zou overgeven? Maar langzamerhand ben ik eraan gewend geraakt. Het is alsof hij op een bepaalde manier bij me hoort en zijn vragen maken het pantser rond mijn hart zachter.

“Wil je er alles voor opgeven? Weet je dat wel zeker?”

Hoeveel sprookjes heb ik niet gelezen waarin iemand zijn ziel aan de duivel verkoopt in ruil voor erkenning en succes. Nee!!!, roep ik dan inwendig. Niet doen! Alsof ik uit eigen ervaring weet wat de gevolgen zijn. De herinnering aan de diepe wroeging op het moment dat de duivel zijn loon komt halen is te levendig voor iemand die de ervaring niet kent.

Ik vecht nog steeds, maar minder fel. De weekmakers doen hun verzachtende werk aan het pantser rond mijn hart en ik begin zelf vragen te stellen. Wat is winnen? Wat is verliezen? Wat ben ik bereid te verliezen om te kunnen winnen? Verwarrende vragen zijn het, ze zetten mijn denkwereld op de kop. Andere stemmen mengen zich in het gesprek, zachte fluisteringen. Ze gaan over liefde, mededogen en vrijheid. Het wordt steeds moeilijker om me te herinneren waarvoor ik vecht. Ik voel de kramp in mijn kaken en verlang ernaar die los te laten. Hoe?

“Overgave…” ruist het om me heen.

Ik kan niet bedenken hoe dat moet, het beangstigt me. Alsof ik aan een rotswand hang en me los moet laten om in het ravijn te storten.

“Luister naar je hart”, zegt de stem.

Mijn hart is naakt en kwetsbaar, zonder zijn pantser. Ontdaan van alle heldendom. Kan dit iets zinnigs te vertellen hebben? Kan ik hiernaar luisteren?

“Wees stil, geef het een kans.”

Mijn hart klopt voorzichtig, want het is gekwetst. Het was een tuin van liefde maar ik heb er een gewapende burcht van gemaakt. Het heeft tijd nodig om op krachten te komen. Nu het pantser weg is, kan de zon weer binnen schijnen. Mijn hart komt tot rust. De klop wordt krachtiger en het begint te stralen.

“Hallo hart”, zeg ik verlegen, “hoe werkt overgave?”

“Volg mij maar, ik zal je leiden.”

“Maar hoe komen we er dan, en waar?”

“We gaan de weg van het hart. Die brengt je stap voor stap op plaatsen die je vooraf niet bedenken kunt.”

Ik vind het weinig concrete informatie, maar ben wel gerustgesteld doordat mijn hart inderdaad kan spreken en zelfvertrouwen uitstraalt. Het schijnt te weten wat het doet en dat is meer dan ik zelf zeggen kan. Ik besluit mij te oefenen in het gesprek met mijn hart en inderdaad zijn aanwijzingen op te volgen.

Dagelijks ga ik zitten met mijn handen op mijn hart, zodat ik het kan voelen kloppen. Als ik zo een paar minuten zit, verdiept mijn ademhaling zich en moet ik onbedaarlijk gapen. “Hallo hart”, begin ik mijn gesprek, “wat heb je me vandaag te zeggen?” En mijn hart geeft steevast antwoord. “Overgave is stoppen met vechten”, zegt het, “ook al roept iedereen dat je vol moet houden. Overgave is creatief. Nieuwe manieren vinden om met de uitdagingen in je leven om te gaan. Overgave is moedig je angsten en tekortkomingen erkennen. Het is duiken in een zee van weekmakers en hartverzachters. Bijna verdrinken in de nooit vergoten tranen van verdriet en frustratie omdat je niet kon winnen, en dan ontdekken dat je er bént, en dat is genoeg.

Ik duik en huil en verdrink bijna, tot het gevoel verandert. Ik voel me als zeewier dat meebeweegt op de stroom. Zacht en sterk tegelijk. Deel van een groter geheel. “Je bént er, welkom!”, zingt de zee. Ik stop met vechten en mijn angsten stromen weg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *